Affichage des articles dont le libellé est Estancia. Afficher tous les articles
Affichage des articles dont le libellé est Estancia. Afficher tous les articles

jeudi 12 avril 2012

Woensdag 14 maart

Ruta 40 in het zuiden van Patagonië in de provinice Santa Cruz


Ik weet niet waar ik ben, ja in een bus die van zuid naar noord over de wel bekende Ruta 40 rijdt, maar ik weet niet zeker of deze bus mij af gaat zetten bij de estancia waar ik drie weken ga doorbrengen. De plaats waar ik moet uitstappen is namelijk geen vaste stop en de stad in het noorden van zuid Patagonië waar deze bus naartoe rijdt is via twee verschillende wegen bereikbaar.

Toen ik gisteren m’n buskaartje kocht, zei de verkoper aan het loket dat de buschauffeur me wel even in Gobernador Gregores (de stad die het het dichtst bij de estancia ligt) kon afzetten, maar ik krijg nu te horen dat sommige wegen door het noodweer van de laatste dagen afgesloten zijn omdat ze onder water zijn gelopen…



Maandag en dinsdag was ik in een van de meest zuidelijke steden van Patagonië: El Calafate. Het was mij aangeraden via deze stad te reizen omdat het vliegveld hier het dichtst bij de estancia ligt, namelijk op 300 kilometer afstand. Afstanden zijn hier niet wat ze in Nederland, of zelfs Frankrijk zijn!

De estancia bevindt zich echt in de middle of nowhere, dat besef ik me nu pas echt als ik uit het busraampje kijk. Het uitgestrekte en compleet verlaten landschap doet denken aan scenes uit de film Motorcycle Diaries… Che Guevara en zijn vriend reden in de jaren 40 over deze weg. Deze beroemde weg die verticaal door heel Argentinië loopt zal binnenkort geheel geasfalteerd zijn, maar het stuk waar wij over rijden is nog niet verhard.

Af en toe schiet er een guanaco (lama) over de weg en in de verte zijn zo nu en dan kuddes schapen of paarden te zien. In vier uur tijd zijn we vier auto’s tegengekomen. Bij tijd en wijle staat er een bord langs de kant met daarop de naam van een estancia, maar in de verste verte is ziel noch onderkomen te bekennen. Niets, geen dorpen, geen huizen, zelfs geen pompstations… Alleen deze uitgestrekte vlakten waarover de wind met volle vaart raast en ervoor zorgt dat de begroeing uit niet meer dan lage struikjes bestaat.




Een busrit in Patagonië is een hele zit… De afstanden hier zijn enorm en er zijn maar weinig busstops. Erg verbazingwekkend is dat niet omdat er in dit uitgestrekte gebied maar weinig dorpen of steden zijn. Als je op een bepaalde plek die op de route ligt wilt uitstappen, maakt de chauffeur daar geen enkel probleem van. Maar in mijn geval, moet ik wel zeker weten dat hij langs Gobernador Gregores rijdt en daarna moet ik de kilometers tellen, want de entrée van de estancia (van het landgoed) ligt 50 kilometer na het dorp.

Ik zie mezelf al met m’n backpack langs de weg staan. Zonder kaart, zonder telefoon en zonder water… Wie o wie komt mij dan redden? In mijn hoofd verzin ik een film: het evenbeeld van Ché komt (zonder Ernesto) op zijn motor voorbij sjezen, stopt, rijdt terug, en geeft me een lift naar de estancia. Waar ik natuurlijk goed en wel aankom en met open armen wordt ontvangen door een knappe gauchco... hihihi.

Een paar uur eerder op de weg tussen Calafate en Chalten


Ik zit nu al twee uur in een bus die me vanuit Calafate naar Chalten moet brengen waar ik een tweede bus moet nemen die om 10.00 uur vertrekt. Maar het is al 10.35 uur. Die bus heb ik dus gemist. Nu begrijp ik waarom er op mijn buskaartje staat: "importante : Cruce Ruta 40", de bus had mij moeten afzetten op het kruispunt met de Ruta 40, daar waar de bus rechts afsloeg om naar Chalten te gaan en daarmee de Ruta 40 verliet…

Ik loop naar de chauffeur en leg het probleem uit. Hij zegt (vrije vertaling voor Anne): "Moppie, maak je geen zorgen, als die bus zo in tegengestelde richting aan komt rijden, dan laat ik hem stoppen en kun je overstappen". Gelukkig maar, want die bus rijdt maar twee keer per week. Nog geen vijf minuten later zie ik in de verte de bus aankomen, ik pak m’n spullen, de chauffeur stopt, maar die andere bus rijdt in volle vaart door… Een Japanse toerist stapt uit om foto’s te maken, een Pools meisje gaat achter een struikje plassen en ik zie mezelf vandaag niet meer op de estancia aankomen.

De chauffeur roept de twee toeristen, die snel weer in de bus gaan zitten, hij draait om en rijdt plankgas de andere bus achterna. Ik voel me een beetje opgelaten, gaat het lukken die bus in te halen? En ook schaam ik me een beetje voor mijn medepassagiers, ik ben de enige die op die andere bus moet zijn. Tien minuten later hebben we hem ingehaald. Ik stap over en twintig minuten later rijden we weer over de Ruta 40, verder naar het noorden.




Dinsdag 13 maart

Perito Moreno Gletsjer


El Calafate ligt aan de voet van de bekende gletsjer Perito Moreno, de drie na grootste gletsjer van Argentinië en de meest bezochte gletsjer omdat hij, ten op zichte van de andere, heel goed 'bereikbaar' is. Hij ligt in het Parque Nacional los Glaciares (sinds 1981 op de UNESCO-werelderfgoedlijst) van waaruit je met een boot op een steenworp afstand kunt komen. Verder is er een wandelpark met balkons die prachtige uitzichten bieden op de de noord- en zuidkant van het bezichtbare gedeelte van de gletsjer.

Wat een ongelooflijke belevenis om deze immense gletsjer te hebben gezien. In de verte valt de lichtblauwe kleur meteen op, en als je dichterbij komt ben je overdonderd door de grootte van de gletsjer die zich uitstrekt over een oppervlakte van 250 km2, ongeveer 75 meter boven het water uitstijgt en onder water dieptes van meer dan honderd meter bereikt!

De gletsjer is constant in beweging, ijsblokken brokkelen af en donderen met heilskabel, als een donderslag, in het water terwijl nieuwe sneeuw de gletsjer weer doet groeien. Ook onder water maken blokken ijs zich los van de gletsjer die opstijgen naar het oppervlakte waar ze tot drijven komen en op gigantische edelstenen lijken als de zon het lichtblauwe ijs doet schitteren.




Maandag 12 maart

Gaucha


In Calafate vond ik een winkeltje met gaucho-kleding… De cowboys hier dragen een beret… dat ziet er minder spectaculair uit dan een cowboyhoed, maar is wel zo handig omdat het hier ontzettend hard waait. Verder dragen ze geen jeans met chaps, maar een soort van pofbroek, bombacha genoemd… met daaronder korte laarzen. Die laarsjes had ik al en nu heb ik ook een lichtbeige katoenen bombacha. Ik ben er klaar voor!




Donderdag 15 maart

Ik zit in de estancia een maté (lokale thee) te drinken met twee gaucho’s, heel gezellig, al begrijp ik niets van hun gesprekken. De busrit gisteren is dus goed afgelopen, en ben uiteindelijk niet met de motor afgezet.

Vanochtend hebben we een eerste rit gemaakt door de heuvels en morgenochtend ga ik met één van de gaucho’s om zeven uur de hort op om de schapen te tellen (dit allemaal te paard natuurlijk)… Om de estancia ligt een enorme lap grond afgezet met een hek van 180 kilometer… Aan het begin van de middag zijn we weer terug en dan gaan we naar een park waar we een paar dagen blijven om andere estancia’s te bezoeken en gaucho’s te ontmoeten…

Buenos Aires, 6 april 2012

Om precies 19.30 uur staat de taxi klaar. Lucho en Nacho zeggen me gedag en ik bedank ze voor hun gastvrijheid en de lol die we hebben gehad. “Ciao los amigos, suerte”, en ik stap in de wagen. Uit de speakers in de auto klinken trieste tonen, alsof ik op weg ben naar een begrafenis in plaats van naar het vliegveld. Mijn reis in Argentinië zit erop.

Ik hoop dat de chauffeur zijn cassette verwisselt voor iets gezelligers, maar hij is blijkbaar in een melancholische bui, of misschien houdt hij gewoon van dit soort trieste klassieke muziek. Tijdens de vijftig minuten durende rit word ik dan ook overvallen door mijn slaapgebrek van de afgelopen dagen. In Buenos Aires gaat het leven dag en nacht door, Porteño’s lijken gemaakt voor het nachtleven - ofwel zij maken van iedere nacht een feest.

Vanmiddag zat ik nog in het Campo Argentino de Polo, volgens de Porteños het beste poloveld ter wereld, om een wedstrijd bij te wonen. En vanmorgen had ik mijn laatste tangoles terwijl ik gisteravond tot in de late uurtjes nog in Club Villa Malcolm aan het dansen was…. De hele week die ik in Buenos Aires heb doorgebracht voltrok zich op deze wijze: in een sneltreinvaart tussen tango, polo en site-seeing.

Eigenlijk zou ik aan het einde van mijn reis maar twee dagen in Buenos Aires doorbrengen, maar drie weken Patagonië bleek uiteindelijk iets te veel voor een Parijse gaucha en daarom besloot ik een paar dagen eerder terug te gaan naar de ‘geciviliseerde’ wereld.



Patagonië is in alle opzichten enorm. Het landschap is zo uitgestrekt dat je het idee hebt je in een panorama te bevinden. Iedere estancia bezit meerdere duizenden hectares grond waarop kuddes schapen, koeien en paarden rond grazen en Patagonische gaucho’s (boerenknechten – zij werken voor groot grondbezitters die veelal in Buenos Aires wonen omdat Patagonië hun te bar is om te wonen) een solitair bestaan leiden.

Patagonië is guur, de wind waait zo hard dat je af en toe niet weet hoe je overeind moet blijven staan. Het is er koud en droog en ontzettend stoffig door de ontbrekende regen. Alleen lage struiken zijn opgewassen tegen dit barre klimaat, wat voor een steppelandschap zorgt dat begrensd wordt door het Andesgebergte.

Op de Patagonische steppe leven lama’s (guanaco’s), struisvogels (nandoe’s), vossen (ferrets), hazen (mara’s), gordeldieren (armadillo’s) en poema’s, terwijl in de lucht, dicht bij het Andesgebergte arenden en condors zweven en in de meren en plassen van de beschermde natuurreservaten flamingo’s, wilde zwanen en ganzen rustig in het water vertoeven. Te paard over deze steppe is als een eindeloze safari.



Ik dacht dat Patagonië de perfecte plek was om ‘uit te waaien’ en frisse ideeën op te doen. Dat was het in zekere zin ook: ik heb bijzondere ervaringen opgedaan door te helpen bij het bijeendrijven van kuddes schapen en wilde paarden (zeven man en zes uur waren er nodig om zeven wilden paarden bijeen te drijven in een paddock – twee dag en later werden ze naar de slager afgevoerd).

Ik heb geholpen bij het scheiden van honderden koeien en kalfjes, die gebrandmerkt en ingeënt moesten worden waarna de gaucho’s een rodeo organiseerden (erg zielig hoe zij op de kalveren te keer gingen). Verschillende dagen heb ik te paard met gaucho Alberto van de estancia bij Gobernador Gregores over de steppe rondgezworven in de hoop een poema te vinden, en gaucho Félix van het natuurpark Perito Moreno heeft mij de prachtigste plekken van het reservaat laten zien.



Tien dagen heb ik bij Félix in het park gelogeerd: in een gammel stapelbed in een smoezelige slaapkamer waar ik iedere ochtend met een bevroren neus wakker werd. Félix was dan al op en had het vuur in de fornuiskachel al aangestoken. Dan trok ik snel drie lagen kleren aan en ging ik naast hem zitten, bij het vuur waar een grote ketel water op stond. Hij was dan al zijn maté (Argentijnse thee) aan het drinken en ik maakte dan snel een kop oploskoffie en samen aten we dan een torta (typisch gaucho broodje, gefrituurd in schapenvet) met jam. Door het raam keek ik dan naar de zon die achter de bergen opkwam. Zo begon iedere dag. En iedere dag liet hij me te paard een andere, wonder schone plek van het park zien.



Dit was de mooie kant van het verhaal, de lelijke kant van het verhaal is dat de gringo (westerling in Zuid-Amerika) van de estancia bij wie ik mijn reis had geboekt (op aanraden van een vriendin van een vriendin…) en waar ik drie weken zou logeren, een ongelooflijke loser was. Een amateur die er niet op uit was zijn klant een prettig verblijf te bieden, maar mij zag als een potentieel avontuurtje. Bij aankomst werden mij zijn intenties meteen duidelijk en toen ik op dag twee duidelijk maakte dat ik gekomen was om paard te rijden en de gaucho’s bij te staan bij hun werk (hetgeen we overigens toen ik de reis boekte hadden kortgesloten), veranderde ik van een lust- in een lastobject. En dat heb ik geweten ook.

De laatste dag heeft hij me zelfs letterlijk de deur uitgezet toen ik een opmerking maakte over de twee nachten die ik met hem en zijn gaucho’s in zijn tweede estancia had doorgebracht.



We waren daar om een groep paarden bijeen te drijven omdat de veulens geteld moesten worden. Het werk was prachtig, maar het verblijf klopte niet. Geen elektriciteit; geen drinkwater; behalve in de keuken, geen stromend water; stoffige kamers met ramen die niet open konden; gammele bedden waarop vieze matrassen vol gaten waaruit stinkende schapenwol puilde en kussens met bloedvlekken lagen; geen bruikbare wc’s en ook geen pleepapier. Het eten bestond uit heerlijk schapenvlees en verder pasta en blikvoer.

Prima, daar ga ik niet dood aan, maar ik betaalde voor ‘een verblijf in een comfortabele kamer met complete vegetarische maaltijden’ (ook vooraf afgesproken). Ik had al tien dagen in primitieve omstandigheden bij Felix gelogeerd, dit ging mij te ver. Het voelde alsof ik goed werd afgezet. Toen ik daar bij terugkomst op de estancia een opmerking over maakte, werd de gringo woedend en trakteerde hij me op een twintig minuten durende tirade. Ik zou een verwend nest zijn dat alleen maar kon zeuren. Gedurende mijn hele verblijf had ik het hem – en alle anderen op de estancia - moeilijk gemaakt. Ik verpeste de sfeer (waar had ik dat eerder gehoord…).

De maat was vol, hij zette me de deur uit. Ik kon nog net m’n tas pakken en snel onder de douche springen (had me immers drie dagen niet kunnen wassen). In het huisje van gaucho Alberto en Ronaldo kon ik wachten op de taxi die me naar de stad 50 kilometer verderop zou brengen waar ik de nachtbus naar Rio Gallegos nam omdat mijn vliegtuig naar Buenos Aires daar de volgende ochtend zou vertrekken. Ze schonken me een glas whisky in en stelden me gerust: “El gringo esta un cabron”, een miserabel type, een gierigaard, een ellendeling… “Op deze estancia kom je maar één keer, daarna zet iedereen er een vette streep door”.



Zo was mijn reis als Patagonië zelf: woest en ruig, maar ook groots en prachtig. Het was als een panorama vol zuivere kleuren, maar het was ook een drie weken durende storm waarin ik mij staande moest houden. Nu is het tijd om alles in me te laten bezinken en bepaalde knopen veroorzaakt door de wind te ontrafelen, en ook om ondanks alles heerlijk na te genieten!